Reisziekte
Net als mensen hebben ook dieren last van reisziekte. Dat is niet alleen vervelend voor het dier, maar ook lastig voor de eigenaar. Lekker met de hond naar de bossen of gezellig je huisdier meenemen op vakantie wordt een stuk minder leuk als onderweg de auto wordt ondergebraakt. Circa 1 op de 6 honden heeft wel eens last van reisziekte, maar het blijkt dat eigenaren van dieren met reisziekte zich lang niet altijd bij de dierenarts melden. Vaak probeert men zelf allerlei middeltjes van de dierenwinkel of de drogist, of men “heeft er mee leren leven” en onderneemt geen verdere actie om er wat aan te doen. Bijkomend probleem is dat eigenaren die zich wel meldden aan de balie van de praktijk in het verleden ook niet altijd afdoende konden worden geholpen omdat de vanouds beschikbare middelen lang niet altijd effectief zijn, of versuffende bijwerkingen hebben. Met de recente introductie van het anti-emeticum maropitant zijn de mogelijkheden om op veilige en effectieve wijze iets aan reisziekte te doen er nu wel.
Reisziekte, wat is dat?
Reisziekte wordt veroorzaakt doordat bij bepaalde
richtingsveranderingen een verschil ontstaat tussen de waargenomen
beweging en de werkelijke beweging. De werkelijke beweging wordt
geregistreerd in het “vestibulair apparaat” of
evenwichtsorgaan, dat vlak bij het gehoororgaan is gelegen. In de
zogenaamde halfcirkelvormige kanalen zit een vloeistof die endolymfe
heet, en die vooral door draaiende bewegingen in beroering wordt
gebracht. Wanneer de signalen uit het evenwichtsorgaan (de werkelijke
beweging) niet overeenkomen met die vanuit andere zintuigen zoals de
ogen (de waargenomen beweging) dan leidt dit tot desoriëntatie.
Bij gevoelige individuen wordt daardoor het braakcentrum geactiveerd,
een groep zenuwkernen die gelegen is in het verlengde merg, en van
daaruit ontstaan de belangrijkste verschijnselen van reisziekte.
Symptomen
Misselijkheid
Overmatig speekselen
Braken
Rusteloosheid
Opgewondenheid
Beide laatste symptomen kunnen ook optreden bij honden die niet zozeer
last hebben van reisziekte, als wel van reisangst. Bij echte reisangst
is in principe geen sprake van braak- of misselijkheidklachten, maar
mengvormen komen voor: het is voorstelbaar dat een hond die enkele
keren misselijk is geweest tijdens autoritten een bepaalde angst of
onrust gaat ontwikkelen omdat reizen voortaan geassocieerd wordt met
een onaangenaam gevoel. Bij mensen doen zich in principe dezelfde
verschijnselen voor, maar worden naast nausea en braken ook vaak
bleekheid en overmatig zweten waargenomen.
Behandelingsmogelijkheden
Uit marktonderzoek uit 2006 blijkt dat slechts 42% van de Nederlandse
diereigenaren actie onderneemt om iets aan de verschijnselen van
reisziekte te doen. De rest accepteert blijkbaar dat het probleem er
is, en zal de hond waarschijnlijk veel vaker thuis laten. Voor de band
tussen mens en huisdier kan dat behoorlijk negatieve gevolgen hebben.
Van de groep die wel actie onderneemt raadpleegt slechts een beperkt
gedeelte hun dierenarts, de rest zoekt andere oplossingen. De
dierenarts op zijn of haar beurt kiest er vervolgens in 44% van de
gevallen waarin hij of zij wordt geraadpleegd voor om niets voor te
schrijven. Als belangrijkste redenen daarvoor worden aangegeven dat
medicijnen niet de aangewezen behandeling vormen (“de hond moet
er gewoon aan wennen”) en dat er geen effectief medicijn
beschikbaar is.
Wanneer er in de Nederlandse dierenartspraktijk wel wat wordt
voorgeschreven was dat volgens het onderzoek uit 2006 in 25% van de
gevallen een humaan medicijn, in 22% van de gevallen metoclopramide, in
19% van de gevallen acepromazine en in 10% van de gevallen een
homeopathisch medicijn. In ruim de helft van de gevallen (51%) geeft de
dierenarts overigens aan dat de gekozen behandeling niet of slechts
gedeeltelijk effectief blijkt te zijn.
Met de introductie van maropitant is er wel een effectieve methode
beschikbaar om bij vrijwel alle honden braken ten gevolge van
reisziekte te voorkómen. Drie dubbelblinde,
placebogecontroleerde veldstudies in de VS en in Europa bij bijna 600
honden met een historie van reisziekte hebben aangetoond dat dit
middel, oraal toegediend in een dosering van 8 mg/kg minimaal 1 uur
voordat de reis plaatsvindt, zorgt voor een significante afname van de
braakklachten. De werkingsduur van een dosering is minimaal 12 uur,
hetgeen betekent dat een eigenaar die vroeg wil vertrekken de tablet
ook al de avond voor vertrek kan ingeven. Voor verdere informatie kan
de bijsluiter worden geraadpleegd.
Kijk voor informatie over reisziekte op de pagina van Pfizer Animal Health

